Heermoes
Een laagblijvende plant welke op vochtige grond voorkomt.
Heermoes vormt lange en diep liggende wortelstokken.
Hieruit ontspringen in de lente de vruchtbare, bladgroenloze
stengels: later komen de onvruchtbare, groene stengels omhoog.
De vruchtbare stengel
De vruchtbare stengels ontstaan in de herfst uit de wortelstok
zij blijven in de winter onder de grond, in het voorjaar boren
zij zich door de bodem omhoog, de top wordt beschermd door
de ineengeschoven scheden. Boven de grond komt de vruchtaar te
voorschijn.

Doorsnede van de vruchtbare stengel van heermoes: deze bevat geen
groene cellen , wel holtes welke met vloeistof gevuld zijn.
De stengel is bekleed met spore vormende bladeren waarachter
de sporevruchtjes te vinden zijn. De spore is omwonden met een
draad (A) welke zich ontrold bij droog weer (B). De sporen zetten uit
en worden door de wind meegevoerd, twee draden blijven vastgeleefd (D).
Deze draden worden elateren genoemd.

sporen en elateren van de heermoes.
De sporen
Uit de sporen ontstaan twee soorten voorkiemen:
De mannelijke antheridien en de vrouwelijke archegonien
na bevruchting ontstaat uit het archegonium een stengeltje
en een wortel. Deze generatiewisseling lijkt sterk op dat
van de varens.

De twee soorten voorkiemen: a: de mannelijke antheridien, en b:
de vrouwelijke archegonien. Vergroting 60x.

De groene stengel van de heermoes komt eind april boven de grond,
de foto is in begin mei gemaakt.
|
|