De krokus is het gewas wat het voorjaar aankondigt.
Het is een bolgewas welke massaal in parken wordt
aangeplant en is er in vier kleuren:
paars, wit, wit met paarse strepen en geel.
De krokus heeft helder gele meeldraden.
Krokus kan goed in bloempotten groeien.
bonte krokus, geel en paars.
Muizen zijn dol op krokusknollen en ook krokusknolaaltjes
kunnen deze knollen aantasten.
De krokus plant zich vooral voort met behulp
van broedbolletjes. In de herfst ontstaan aan de
bovenkant van de bol kleine broedbolletjes.
Uit deze broedbolletjes ontstaan aan het
begin van de lente nieuwe plantjes. Deze plantjes
onttrekken hun energie aan de oorspronkelijke bol.
Ook vormen de broedbolletjes trekwortels. Deze
wortels trekken de broedbolletjes in de zomer
omlaag verder de grond in. Hierdoor zijn ze
beter beschermd tegen vooral veldmuizen.
lasagna methode
Bij de lasagna methode wordt een bloempot
gevuld met 3 lagen bloembollen. De bloembollen
welke het laatste bloeien gaan het eerste erin:
Tulpen of sierui.Vervolgens komen narcissen of
hyacinten, en als laatste komen de bollen welke
het eerste bloeien: lenteklokje, of
krokus.
Op zo'n manier ontstaat een bloempot met ongeveer
3 maanden bloeiende bollen.
Bonte krokus
De geelbloeiende krokus
Een vertrapt veldje krokus, en de schuldige kijkt de
fotograaf hongerig aan. Krokus is giftig voor
zoogdieren en vogels, maar niet voor veldmuizen.
stinzenplanten
Stinzenplanten zijn geimporteerde planten welke zich in
de loop der eeuwen in Nederland hebben weten
te handhaven. Stinzenplanten groeien onder loofbomen
en zijn de eerste planten welke in de lente bloeien.
Om als eerste te kunnen bloeien zijn stinzenplanten
vaak bol of knolgewassen (geofyten) of hebben
verdikte wortelstokken. In de zomer, wanneer
er bladeren aan de boom zijn, verdwijnen ze weer
onder de grond. Alle Stinzenplanten zijn volledig winterhard.
stinzenplanten en mierebroodjes
Veel stinzenplanten gebruiken mierenbroodjes
voor de verspreiding van het zaad: Het zaad is
omgeven door een vettige stof, daardoor slepen
de mieren het zaad mee naar hun nest. Op
deze manier zijn krokus en narcis vaak in
spleten aan te treffen, mieren hebben de
neiging om door spleten te lopen.