zeegedichten van Johanna Kruit



Sloot | Waterplanten | Waterinsecten | Levend Voer | Wormen | Noordzee | Tuin | Limnologie | Wilde planten | Veldbloenen







Meisje aan zee

Laaiende zon op het witte strand.
Meisje alleen aan de waterkant.
Water is zout en water is zacht.
Water omhelst als maanlicht de nacht.
Water is wijder dan land.

Meisje alleen waar nog water is.
Golven zijn hoog boven zilveren vis.
Vissen zijn stil en vissen zijn snel.
Vissen vergeten van dagen de tel.
Vissen zijn zonder gemis.

Meisje en vissen in golvende zee.
Hoog boven water de dansende meeuw.
Meeuwen zijn vrij en meeuwen zijn groot.
Meeuwen gaan verder dan avondrood.
Avond neemt alles mee.



Johanna Kruit

Gedicht uit "Zoals wind om het huis"
Uitgeverij Bakermat - Belgie - 1995





Zusje - 1

Verdween mijn zusje onverwacht.
En niemand die haar lopen zag.

De zon sloop weg, de dag werd oud.
De maan kwam op, de nacht was koud.

We zochten haar aan strand en zee.
Misschien nam Westenwind haar mee.

We riepen hard en zongen zacht.
We zochten sporen in de nacht.

Maar alles gaat zoals het moet.
En zij bleef weg, voorgoed, voorgoed.

Nu zingt de wind een droevig lied.
Vergeet mij niet, vergeet mij niet.



Johanna Kruit

Gedicht uit de bundel "Wie weet nog waar we zijn?"
Uitg. Leopold Amsterdam - 1999





Zusje

Het zusje dat zo dwalen moest
langs verre stranden, golven woest

zij gaf de woorden toekomst mee
en bracht ze naar de wijde zee

nu is ze weg, haar stem werd stil
maar als ik haar weer horen wil

sluit ik mijn ogen om te zien
of zij nog ergens is misschien.



Johanna Kruit

ongepubliceerd





Een kind

Het zonlicht dat in wolken hing.
Een kind dat langs het water ging.

De zee die naar de duinen liep.
Een vogel die geheimtaal riep.

Hoe glinsterend het water was.
De dromen die het kind bedacht.

De schelpen op het witte strand.
De wieren in een kinderhand.

Het zonlicht dat in wolken hing.
Een kind dat langs het water ging.

Johanna Kruit

Gedicht uit de bundel: "De maan begon te schijnen"
Uitg.Leopold Amsterdam - 2002





Meisje verdwaald

Ze wou naar huis, ze liep aan zee.
De wind nam haar veel verder mee

dan ze graag wilde, maar ze moest.
De zee werd wild, de zee werd woest.

Toen kwam het donker voor haar staan.
De duinen knielden voor de maan.

De wind bracht kou, de zee gaf kilte.
Een vogel krijste door de stilte.

Ze gilde hard, zonder geluid.
Hoe komt ze ooit de nacht weer uit?



Johanna Kruit

Gedicht uit de bundel "De maan begon te schijnen"
Uitg.Leopold - Amsterdam - 2002





In de nacht

Niemand die het ziet
niemand die het weet
stiekem langs de trap
ga ik naar benee.

Buiten schijnt de maan
sterren lopen mee.
Dicht achter het duin
ligt de grote zee.

Alles wat ik denk
alles wat ik wil
staat nu in de nacht
en de nacht staat stil.



Johanna Kruit

Ongepubliceerd





De zee

De zachte, de zoete, de zoute zee.
Zachtmoedige, zekere, zilveren zee.

De zwiepende, zwoegende, zwoele zee.
De zeegaande, zilte en zoele zee.

De zeezieke zee en de zeldzame zee.
De zeesterrenzee en de zeilende zee.

De zalige, zappende, zedige zee.
Zeegroene, zingende zeepaardjeszee.

De zinkende, zuchtende, zilverzandzee.
De zwemmende, zwevende, zuigende zee.

De zwepende, zwervende, zwalpende zee.
De zwaaiende, zwierige, zompige zee.

De zoemende, zondige, zotte zee.
Met het wiegende, wassende water.

Johanna Kruit

Ongepubliceerd








    Varen - 1

    Ik vouw een boot
    van wit papier,
    ik maak een zeil
    van wind.

    Dan vaar ik weg
    door water - wier
    en niemand die me vindt.

    Ik heb een droom
    die neem ik mee
    een droom van
    zoute zee.

    Alleen de vogels
    om me heen
    die mogen
    met me mee.



    Johanna Kruit

    Gedicht uit de bundel "De maan begon te schijnen"
    Uitg. Leopold - Amsterdam - 2002





    Varen - 2

    Achter de woorden zal ik me verschuilen.
    Achter de wind die het water doet huilen.

    Daar is de maan die me stil komt begroeten.
    Wit schijnt het licht op het zand aan mijn voeten.

    Niemand die ziet wat ik hier heb gebouwd.
    Een schip om te zeilen, de golven zijn zout.

    Nu ben ik weg en dwars door het licht.
    Vaar ik naar jou toe in mijn gedicht.





    Johanna Kruit

    Gedicht uit de bundel "De maan begon te schijnen"
    Uitg. Leopold Amsterdam - 2002





    De Zeeën

    De hemel houdt zich blauw
    de zolder wordt al donker.
    Ik ga vast leunen door het raam
    en zoek de Zeeën van de maan.

    Mare Nubium is Zee van de Wolken
    en Sinus Rorus is Golf van de Dauw.
    Mare Vaporum is Zee van de Dampen
    en Mare Frigorus is Zee van de Kou.

    Ook is er nog een Zee van de Regen
    een Golf van de Randen, een Zee van de Rust.
    Ik kijk door mijn kijker en zie soms de branding
    in golven kapot slaan op iedere kust.

    Ik droom van die Zeeën, met rondom de sterren
    die altijd maar weer aan de hemel staan.
    Ik sta op de zolder en denk aan de verte.
    Wie geeft mijn gedachten een naam?



    Johanna Kruit

    Gedicht uit de bundel " Wat je voelt zit in je hoofd"
    Uitg. Bakermat - Belgie - 1997





    Het logboek

    Vol van water was het boek
    dat ik vanmiddag vond.
    De zee heeft het gewassen
    de wind heeft het gedroogd.
    De doorgelopen teksten
    sturen dromen naar mijn hoofd.

    Het boek houdt mij gezelschap:
    ik ben de kapitein
    die naar het hoge Noorden vaart.
    Hoe ver is het geheim?
    De reizen die ik heb bedoeld
    zijn al een beetje aangespoeld.



    Johanna Kruit

    gedicht uit de bundel "Wat je voelt zit in je hoofd" Uitg. Bakermat - Belgie - 1997





    De schepen

    Van ver kwamen de schepen. Vreemde namen
    in tekens die ik niet kon lezen
    hielden beloftes in. Ik dacht te weten
    waarom en met welk doel ze kwamen.

    "Jij spoelde aan, ik droomde dat je kwam.
    Toen ik je vond was je nog nat".
    Omdat mijn moeder nooit gelogen had
    werd ik prinses die wachtte aan de kant.

    De schepen kwamen langzaam dichterbij
    en kozen zee. Na jaren gaan en komen
    spoelden zij gaten in mijn dromen.
    Dat wat niet waar was, was ineens voorbij.



    Johanna Kruit

    Gedicht uit de bundel "Omtrent het getij"
    Uitg. Thomas Rap - Amsterdam - 1985





    Aan zee

    Gedachten dansten door mijn hoofd
    omgeven door legendes
    het strand was wijd en eindeloos
    ik voelde weer, herkende

    het kind van vroeger dat hier ging
    mijn ogen bleven staan
    een schip vol kleuren kwam voorbij
    om verder weg te gaan.

    Het leek of ik een beetje sliep en of een verre vogel
    die ik al haast vergeten was
    mij naar de toekomst riep.



    Johanna Kruit

    Ongepubliceerd





    Vuurtoren - Westkapelle

    Ik sta heel hoog. Het lage eiland ligt
    beneden, met achter me de zee.
    Huizen zijn speelgoed, maar een meeuw
    wordt groter vlak bij mijn gezicht.

    Ik zie steeds meer. Herken dezelfde dingen
    die nu heel anders zijn. De wegen smal
    lopen naar nergens. Herinneringen
    bestaan alleen voor anderen
    wanneer ik val.



    Johanna Kruit

    Gedicht uit de bundel "Wat je voelt zit in je hoofd"
    Uitg. Bakermat - Belgie - 1997









bezoekers | © copyright waterwereld 2002-2009 | home | links

| contact |