gedichten van Marsman

Marsman






Sloot | Waterplant | Levend Voer | Noordzee | Worm Slak | Vlinders | Kever | Spin | Vogel | Tuin | groenten | overige
Bomen A-L | Bomen M-Z | Kruiden | Wilde planten A-D | Wilde planten E-M | Wilde planten N-S | Wilde planten T-X | Klimplant | Varen | Zwam | Korstmos |


Marsman




Herinnering aan Holland

Denkend aan Holland
zie ik brede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hoge pluimen
aan de einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een groot verband.
De lucht hang er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.



'Paradise regained'

De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van de morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij.

zwervende tussen fonteinen van licht
en langs de stralende pleinen van 't water
voer ik een blonde vrouw aan mijn zij,
die zorgloos zingt langs het eeuwige water

een held're, verruk-lijk-meeslepende wijs:

'Het schip van de wind ligt gereed voor de reis,
de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen,
de morgen en nacht twee blauwe matrozen –
wij gaan terug naar 't Paradijs'.



Maannacht

De maan breekt de wolken uiteen;
en stromende uit die wel breken
kolken en kreken, gletschers en meren
naar alle verten uiteen.

de aarde is klein en alleen,
een slingerend schip in het ruim,
dat zich stampend en schuin
overstag gaand in doodsangst
kampende boven houdt
op het kolkende water des donkers
onder het stormende schuim.

ik lig in het ruim naast een vrouw.
haar borsten rijzen en dalen;
zij slaapt, zij denkt nu alleen
in haar dromen aan het geluk;
hoe vredig haar ademhalen:
zij weet niets van den nood
van ons schip, zij hoort
de seinen niet gillen
noch het angstige fluiten
driemaal, als een signaal
van den dood.
gun mij nog twee uren slaap,
ik kan zo niet blijven waken.

- neem dan nu afscheid van haar, misschien zult gij den morgen niet halen, tenzij in een ander land.

ik schuif mijn hand in haar hand - zie, even beven haar wimpers - zo liggen wij naast elkaar als tweelingen, sluimrende kindren. zullen wij elkaar niet meer vinden
dan zij mij dood - of ik haar?



De zee

Wie schrijft, schrijv' in den geest van deze zee
of schrijve niet; hier ligt het maansteenrif
dat stand houdt als de vloed ons overvalt
en de cultuur gelijk Atlantis zinkt;
hier alleen scheert de wiekslag van het licht
de kim van het drievoudig continent
dat aan ons lied den blanken weerschijn schenkt
van zacht ivoor en koolzwart ebbenhout,
en in den dronk den geur der rozen mengt
met de extasen van den wingerdrank.
Hier golft de nacht van 't dionysisch schip
dat van de Zuilen naar den Hellespont
en van Damascus naar den Etna zwierf;
hier de fontein die naar het zenith sprong
en regenbogen naar de kusten wierp
van de moskee, de tempel en het kruis.
Hier heeft het hart de hoge stem gehoord
waardoor Odysseus zich bekoren liet
en 't woord dat Solon te Athene sprak;
en in de branding dezer kusten brak
de trots van Rome en van Babylon.

Zolang de europese wereld leeft
en, bloedend, droomt den roekelozen droom
waarin het kruishout als een wijnstok rankt,
ruist hier de bron, zweeft boven déze zee
het lichten van den creatieven geest.


WACHT

Zee, storm en duister
en eeuwigheden breken in den nacht;
mij worde dracht van firmamenten
zeer verzacht.

ik kan der vuren huiverende wacht
niet langer hoeden
ik ben gansch ontkracht

geef mij uw schemering
geef mij uw grijzen wind








    Zinkend schip

    De avond daalt;
    een zinkend schip.
    de kiel slaat op
    een blinde klip.

    - o, hartstocht
    van dit stil vergaan,
    in koele nacht,
    in koele maan.

    ‘en gij, die eens
    dit leven prees
    met sterke stem
    en harde keel,

    is dan het glanzen
    van uw woord
    bestorven en
    voorgoed teloor?’

    - ik heb geleerd
    dat in de dood
    de ziel zal stijgen
    levensgroot

    of dalen
    in het schimmenrijk
    en falen onherroepelijk

    en dat al wat
    de wereld is
    een waan is,
    een bekommernis.

    na deze woorden
    wordt het stil,
    alsof de nacht
    omvanen wil

    een zinkend schip,
    een koele maan –
    twee stemmen, stijgend uit de klip:
    - o, red ons, wij vergaan!





    Baai bij avond

    De schemering valt.
    een grote, rode maan
    stijgt langzaam uit de golven
    aan den oosterrand
    der nauwlijks ademende avondzee.
    de dromen komen met de golven mee
    en mijmerend gewordt mij, ongezocht,
    waarvoor ik jaren in vertwijfeling vocht,
    denkende dat het geluk omstréden moest zijn
    en dat het leven zonder smeken niet schenkt.
    o, heerlijk is nu het talmen
    geworden aan deze rede!
    bij het dwalen onder de nacht'lijke palmen
    ben ik van vrede doordrenkt.






    De overtocht

    De eenzame zwarte boot
    vaart in het holst van de nacht
    door een duisternis, woest en groot,
    de dood, de dood tegemoet.
    Ik lig diep in het kreunende ruim,
    koud en beangst en alleen
    en ik ween om het heldere land,
    dat achter de einder verdween
    en ik ween om het duistere land,
    dat flauw aan de einder verscheen.
    Die door liefde getroffen is
    en door het bloed overmand
    die ervoer nog het donkerste niet,
    diens leven verging niet voorgoed;
    want de uiterste nederlaag
    lijdt het hart in de strijd met de dood.
    O! de tocht naar het eeuwige land
    door een duisternis somber en groot
    in de nooit aflatende angst
    dat de dood het einde niet is.





    Denkend aan Holland

    Soms heb ik heimwee
    naar dat land, en zijn zee.
    maar als ik denk aan de menschen
    wordt het verlangen gesmoord.
    ik heb in hun zielen
    geen spoor van weerklank gehoord
    van de ontzaglijke ruimte
    waarin zij leven;
    noch dat zij zweemden
    naar het accoord,
    dat dag en nacht
    langs hun kust wordt gehoord,
    of naar de macht van hun beemden;
    slechts hun ziel is met duister behangen
    gelijk hun hemel.
    gloed en verlangen,
    hartstocht en onbevangen geloof
    zijn in bedompte gebeden
    langzaam maar zeker
    gedoofd.







    Waddeneilanden

    De hieronder genoemde planten en dieren zijn
    alle rondom Texel, Vlieland, Terschelling
    en Ameland te vinden.
    cranberry
    duinviooltje
    engelsgras
    garnaal
    lepelaar
    kabeljauw
    kokkel
    haas
    helmgras
    jacobsschelp
    mossel
    noordzeekrab
    oester
    parnassia
    strandkrab
    scheermes
    schol
    veterwier
    wapenworm
    wulk
    zager
    zandblauwtje
    zeealsem
    zeedistel
    zeekat
    zeeraket
    zeekraal
    zeevenkel
    zeepier
    zeepokken
    eendenmossel
    zeepostelein
    zeesla
    zilvermeeuw




    visitors English meikever | | © copyright waterwereld 2002-2025 | home | links

    | Email: sysopje@yahoo.com | |
    Google
    WWW www.waterwereld.nu
    Stumble It!