waterwereld

Hannie Michaelis




Tot diep in de avond


Tot diep in de avond
blijven de honderden spreeuwen
in hun slaapbomen aan de
drukke gracht klaarwakker.
Bij elke onverwachte
geluidsexplosie zetten ze
het op een schreeuwen.
Hun schril protest
versplintert het uurglas
van de nacht, geeft stem
aan de stomme wanhoop
van wie door innerlijk
tumult bezocht slapeloos
in het donker liggen.







Drie jaar was ik ongeveer


Drie jaar was ik ongeveer
toen ik op een najaarsavond
door het raam stond te kijken
met mijn neus voor het eerst
boven de vensterbank uit
zodat ik toen pas ontdekte
dat er een huis werd gebouwd
tegenover het onze. Met grote
beslistheid verkondigde ik:
dat halen ze 's zomers weer weg.
Mijn moeder die het ook niet helpen kon
moest er om lachen. Tegen het einde van
de tweede wereldoorlog toen mijn ouders
al waren vergast, staken de Duitsers
het huis in brand. Na de bevrijding
werd het weer opgebouwd. Het staat er
nog en ook ik droom nog herhaaldelijk
van betonnen en bakstenen gebouwen
die een veelbelovend uitzicht
drastisch teniet doen.




Op zondag ...


Op zondag is de stad een groot aquarium.
Het licht stroomt er als vuilgeel water binnen.
Langs het verflenste wier van parken
en onverschillige plantsoenen
zwemmen de mensen als verdwaasde vissen rond
tussen de vale huizenriffen
door scholen kinderen omstuwd.

Met bolle ogen happen zij naar lucht,
snakkend naar de bevrijding die zij haten:
het schrikbeeld van de maandagmorgen,
gekromd van plichtsbesef en wit van zorgen.