Een zeepok is een kreeftachtige welke in ondiep
zeewater leeft. Het heeft een schelp wat uit 6
gefuseerde kalkplaatjes bestaat, de opening
is afgesloten door twee kalkplaatjes.
Wanneer er water is dan staan de deurtjes
open en steken de pootjes eruit, is
er geen water dan zijn de deurtjes gesloten.
zeepokken en plankton
Een waterpok is een filteraar, met de
6 poten (rankpoten geheten) zorgt het
voor een waterstroom waardoor plankton
uit het water gefiltert wordt. Wanneer
er meerdere waterpokken bij elkaar
zitten, wordt er gemeenschappelijk
een waterstroom opgewekt.
Zeepokken in het nauphilus stadium , dus vrijzwemmend.
inheemse soorten zeepokken
gewone zeepok (Semibalanus balanoides),
de asymmetrisch ritspok (Verruca stroemia),
de gekartelde zeepok (Balanus perforatus),
de brakwaterpok (Balanus improvisus).
bevruchting van zeepokken
De waterpok heeft een biezonder dun en
langwerpige "fallus", waarmee het andere
waterpokken bevrucht. De larven leven
vervolgens vrijzwemmend in zee. Ze hechten
zich dan op stenen en andere schaaldieren,
zoals mossel en oester. Maar altijd vlak
in de buurt van andere zeepokken, anders
kan er geen bevruchting en dus geen
voortplanting plaatsvinden. De vrijzwemmende
larven worden daarbij gelokt door geurstof
welke de vastzittende zeepokken produceren.
aanhechting van de zeepokken
Van de lijm welke
ze gebruiken om aan de ondergrond hechten
is bekend dat het ongeveer net als bloedstolling
werkt, dwz door middel van een polymerase reactie.
vijanden van de zeepok
De wulk is de grootste vijand van de zeepok,
met zijn tong boort het een gat in de zeepok.
fouling op scheepsrompen
De aangroei van organismen op scheepsrompen
wordt fouling genoemd: Dit wordt vooral
veroorzaakt door zeepokken, nmaar ook wieren
en eendemosselen. De snelheid van het schip
neemt af door toegenomen weerstand,
en het gewicht neemt toe, waardoor het schip
minder lading kan vervoeren.
Fouling komt zowel voor in zoet als zeewater.
Verf die daartegen beschermt heet antifouling.
In deze antifouling wordt voor schepen welke
langer dan 25 meter zijn de stof TBT verwerkt.
trybutyltin of TBT
Trybutyltin is een stof welke biezonder
effectief is in de bestrijding van
tweekleppigen, zoals mossel en zeepokken.
Deze stof wordt in verf gebruikt welke
de scheepshuid beschermt tegen zeewater
maar ook tegen de aangroei van zeepokken
op de scheepswand. Doordat TBT op deze
manier zich ook in het zeewater verspreidt
heeft het ook daar een remming van
de zeepokken en mosselen en oesters
en de wulk tot gevolg
imposex
TBT veroorzaakt imposex bij tweekleppigen,
het verschijnsel dat mannelijke sex organen
in vrouwelijke sexorganen ontstaan.
Hiervoor zijn zeer kleinere doseringen van
TBT nodig. De effecten van de TBT
concentraties in de zee worden gemeten met
de twee indexen: The RPSI (Relative Penis
Size Index), en de VDSI (Vas Deferens Sequence Index)
zelfslijpende scheepsverf
De antifouling verven worden ook verdeeld in
ablatieven of harde antifouling en
zelfpolijstende of zelfslijpende of
zachte antigfouling verven, de laatste
zijn veel duurder. Harde antifouling
is makkelijker schoon te maken van baard.
en bestaat uit zeer dunne laagjes welke
door het water worden afgesleten,
en waardoor het biocide telkens weer vrijkomt.
Zeepokken , Cirripedes of barnacles,( engels))
zeepokken, barnacles
1 Poli's stellate barnacle Chthamalus stellatus, Atlantisvhe oceaan , rondom eilanden.
2 Verruca stroemia. Wart barnacle. vooral langs de Ierse en Engelse kust
3 Balanus improvus, rondom het Skagerak,]]Baltische zee, op scheepsrompen
4 Striped barnacle, Balanus amphritite, Indische en Pacific oceaan
5 gewone zeepok, common Barnacle, Atlantische oceaan , Middellandse zee
6 Emius modestus, Tasmanie, Australie
Darwin besteedde vele jaren van zijn leven aan het
bestuderen van de zeepokken,zowel de levende als de
en fossiele, en kwam zo langzamerhand aan
zijn evolutie idee. Opmerkelijk daarbij was dat het
evolutie idee moeilijk inpasbaar was met het
scheppingsverhaal.
Tegenwoordig is dat nog steeds een belangrijke controverse,
met name in de V.S., waar het creationisme de belangrijkste
biologische verklaringsmodel is voor het ontstaan van
de soorten. Sinds duidelijk is dat het scheppingsverhaal
pas laat in de geschiedenis van het Joodse volk
is ontstaan, begint het creationisme ook daar veel
terrein te verliezen. Het scheppingsverhaal is waarschijnlijk
op het einde van de Babylonische gevangenschap ontstaan,
en opgeschreven, als tegenwicht tegen Assyrische en Persische
scheppingsverhalen.
Darwin, 1859,
On the origin of species by means of natural selection